|
Onderbouw
Op het havo en atheneum volgen de leerlingen dezelfde vakken. Het verschil is met name een niveau- en tempoverschil. In leerjaar 1 en 2 hebben de leerlingen verschillende vakoverstijgende projecten. In leerjaar 2 en 3 hebben ze in principe dezelfde mentor. Zo wordt de continuïteit van de begeleiding gewaarborgd.
Halverwege klas 3 maken de leerlingen een profielkeuze voor het vervolg van hun opleiding. Dit gebeurt zowel op het havo als op het atheneum. Om een goede keuze te maken worden ze begeleid door hun mentor en de decaan.
Bovenbouw
Vakken
Leerlingen in vwo-4, vwo-5 en vwo-6 volgen lessen in de tweede fase van het voortgezet onderwijs.
Iedere leerling volgt de vakken in het algemene, gemeenschappelijke deel. Daarnaast kiezen de leerlingen een profiel met profielspecifieke vakken en daarbuiten nog een examenvak in het vrije deel. De vier profielen zijn: Cultuur en Maatschappij (C&M), Economie en Maatschappij (E&M), Natuur en Gezondheid (N&G), en Natuur en Techniek (N&T). Van een aantal vakken wordt het cijfer opgenomen in het combinatiecijfer. Voor de havo zijn dit: maatschappijleer, profielwerkstuk en godsdienst. Voor het vwo: maatschappijleer, profielwerkstuk, klassieke culturele vorming, algemene natuurwetenschappen godsdienst. Een cijfer binnen het combinatiecijfer mag niet lager dan 4 zijn.
Leerlingen mogen ook een tweede vak in het vrije deel kiezen, maar pas na de totstandkoming van het rooster wordt bezien of zij het vak ook daadwerkelijk kunnen volgen.
In het vrije deel mag de school schoolspecifieke vakken aanbieden. Wij hebben gekozen voor het vak godsdienst (waarvan het cijfer wordt opgenomen in het combinatiecijfer) de mentorles, de loopbaanoriëntatie (LOB), en het maken van het profielwerkstuk als onderdelen van het vrije deel. Zie ook het schema op pagina 28.
Studiewijzers
In de tweede fase hebben alle vakken een wettelijk voorgeschreven hoeveelheid studielasturen (slu’s). Wij hebben die studielast vooral vertaald naar lessen voor de vakken. Binnen de vakken komen de specifieke kenmerken van de tweede fase naar voren.
Via studiewijzers per periode wordt de leerlingen een overzicht gegeven van het aanbod van de leerstof voor een vak in die periode. Daarbij is ook aangegeven welk deel van de stof de leerlingen zelfstandig alleen, of zelfstandig in een groep moeten bestuderen. Binnen de lessen en bij het thuiswerk kan daaraan gewerkt worden. Een les kent in de regel een instructiedeel en een werkdeel voor de leerlingen.
Programma van toetsing en afsluiting
In het programma van toetsing en afsluiting (PTA) staan alle toetsen en opdrachten vermeld die een leerling in een schooljaar moet maken. Daarbij maken we een onderscheid tussen toetsen en opdrachten die meetellen voor het schoolexamen (de dossiertoetsen en de dossieropdrachten) en de toetsen en opdrachten die meetellen voor een overgangsrapport (de voortgangstoetsen en de praktische opdrachten).
Schoolexamen en centraal examen
Veel vakken (Engels, Nederlands, de meeste profielvakken en de meeste vakken in het vrije deel) kennen zowel een schoolexamen als een centraal schriftelijk examen. Er zijn ook vakken die alleen een schoolexamen hebben.
Profielwerkstuk
Een belangrijk onderdeel van het examen is het profielwerkstuk. De profielwerkweek, binnen of buiten de landsgrenzen doorgebracht, vormt de start van dit examenonderdeel. De leerlingen doen in tweetallen onderzoek op een gebied binnen een van de profielvakken. Ze presenteren de resultaten mondeling. In de nieuwe tweede fase krijgt het profielwerkstuk een cijfer dat meetelt in het combinatiecijfer.
|